Modelo ZOUTEN (salar)

El modelo zouten (salar) pertenece a los verbos débiles o regulares que acaban en consonante sorda. Estos verbos eliminan la desinencia –en de infinitivo y añaden las terminaciones de todos los tiempos verbales sin ningún cambio. También utilizan la desinencia –te para formar el pasado. Al acabar la raíz en –t, eliminan la desinencia –t de la segunda y tercera persona del singular del presente de indicativo. El participio pasado es irregular:

ZOUTEN (salar)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik zout

jij zout

hij zout

wij zouten

jullie zouten

zij zouten

ik heb gezouten

jij hebt gezouten

hij heeft gezouten

wij hebben gezouten

jullie hebben gezouten

zij hebben gezouten

ik zoutte

jij zoutte

hij zoutte

wij zoutten

jullie zoutten

zij zoutten

ik had gezouten

jij had gezouten

hij had gezouten

wij hadden gezouten

jullie hadden gezouten

zij hadden gezouten

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal zouten

jij zal zouten

hij zal zouten

wij zullen zouten

jullie zullen zouten

zij zullen zouten

ik zal gezouten hebben

jij zal gezouten hebben

hij zal gezouten hebben

wij zullen gezouten hebben

jullie zullen gezouten hebben

zij zullen gezouten hebben

Presente Pasado

ik zou zouten

jij zou zouten

hij zou zouten

wij zouden zouten

jullie zouden zouten

zij zouden zouten

ik zou gezouten hebben

jij zou gezouten hebben

hij zou gezouten hebben

wij zouden gezouten hebben

jullie zouden gezouten hebben

zij zouden gezouten hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

zout

zouten

zoutend

gezouten

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario