Modelo VERGUIZEN (denostar)

El modelo verguizen (denostar) pertenece a los verbos débiles o regulares prefijados. La consonante –z de la raíz pasa a –s en el singular del presente de indicativo, en el imperativo, en el pasado y en el participio pasado. También utilizan la desinencia –de para formar el pasado. El participio pasado no añade el prefijo ge-, solo la desinencia –d final:

VERGUIZEN (denostar)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik verguis

jij verguist

hij verguist

wij verguizen

jullie verguizen

zij verguizen

ik heb verguisd

jij hebt verguisd

hij heeft verguisd

wij hebben verguisd

jullie hebben verguisd

zij hebben verguisd

ik verguisde

jij verguisde

hij verguisde

wij verguisden

jullie verguisden

zij verguisden

ik had verguisd

jij had verguisd

hij had verguisd

wij hadden verguisd

jullie hadden verguisd

zij hadden verguisd

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal verguizen

jij zal verguizen

hij zal verguizen

wij zullen verguizen

jullie zullen verguizen

zij zullen verguizen

ik zal verguisd hebben

jij zal verguisd hebben

hij zal verguisd hebben

wij zullen verguisd hebben

jullie zullen verguisd hebben

zij zullen verguisd hebben

Presente Pasado

ik zou verguizen

jij zou verguizen

hij zou verguizen

wij zouden verguizen

jullie zouden verguizen

zij zouden verguizen

ik zou verguisd hebben

jij zou verguisd hebben

hij zou verguisd hebben

wij zouden verguisd hebben

jullie zouden verguisd hebben

zij zouden verguisd hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

verguis

verguizen

verguizend

verguisd

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario