Modelo STOTEN (chocar)

El modelo stoten (chocar) pertenece a los verbos débiles o regulares que acaban en consonante sorda. Estos verbos eliminan la desinencia –en de infinitivo y añaden las terminaciones de todos los tiempos verbales sin ningún cambio. También utilizan la desinencia –te para formar el pasado. Además, la vocal –o de la raíz se transforma en –oo en toda la conjugación excepto en el plural del presente de indicativo, el infinitivo y el participio presente. Al acabar la raíz en –t, eliminan la desinencia –t de la segunda y tercera persona del singular del presente de indicativo. El participio pasado es irregular:

STOTEN (chocar)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik stoot

jij stoot

hij stoot

wij stoten

jullie stoten

zij stoten

ik heb gestoten

jij hebt gestoten

hij heeft gestoten

wij hebben gestoten

jullie hebben gestoten

zij hebben gestoten

ik stootte

jij stootte

hij stootte

wij stootten

jullie stootten

zij stootten

ik had gestoten

jij had gestoten

hij had gestoten

wij hadden gestoten

jullie hadden gestoten

zij hadden gestoten

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal stoten

jij zal stoten

hij zal stoten

wij zullen stoten

jullie zullen stoten

zij zullen stoten

ik zal gestoten hebben

jij zal gestoten hebben

hij zal gestoten hebben

wij zullen gestoten hebben

jullie zullen gestoten hebben

zij zullen gestoten hebben

Presente Pasado

ik zou stoten

jij zou stoten

hij zou stoten

wij zouden stoten

jullie zouden stoten

zij zouden stoten

ik zou gestoten hebben

jij zou gestoten hebben

hij zou gestoten hebben

wij zouden gestoten hebben

jullie zouden gestoten hebben

zij zouden gestoten hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

stoot

stoten

stotend

gestoten

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario