Modelo LASSOËN (lazar)

El modelo lassoën (lazar) pertenece a los verbos débiles o regulares acabados en –ën. Estos verbos mantienen la –ë del infinitivo en el plural del presente y en el participio presente (en todas las demás personas y tiempos elimina la diéresis de la vocal), excepto en la primera persona del singular del presente de indicativo y en el imperativo. También utilizan la desinencia –de para formar el pasado y cambian la –o de la raíz por –oo en todo el presente (excepto la primera singular) y el participio pasado:

LASSOËN (lazar)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik lasso

jij lassoot

hij lassoot

wij lassoën

jullie lassoën

zij lassoën

ik heb gelassood

jij hebt gelassood

hij heeft gelassood

wij hebben gelassood

jullie hebben gelassood

zij hebben gelassood

ik lassode

jij lassode

hij lassode

wij lassoden

jullie lassoden

zij lassoden

ik had gelassood

jij had gelassood

hij had gelassood

wij hadden gelassood

jullie hadden gelassood

zij hadden gelassood

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal lassoën

jij zal lassoën

hij zal lassoën

wij zullen lassoën

jullie zullen lassoën

zij zullen lassoën

ik zal gelassood hebben

jij zal gelassood hebben

hij zal gelassood hebben

wij zullen gelassood hebben

jullie zullen gelassood hebben

zij zullen gelassood hebben

Presente Pasado

ik zou lassoën

jij zou lassoën

hij zou lassoën

wij zouden lassoën

jullie zouden lassoën

zij zouden lassoën

ik zou gelassood hebben

jij zou gelassood hebben

hij zou gelassood hebben

wij zouden gelassood hebben

jullie zouden gelassood hebben

zij zouden gelassood hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

lasso

lassoën

lassoënd

gelassood

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario