Modelo DUREN (durar)

El modelo duren (durar) pertenece a los verbos débiles o regulares. Estos verbos eliminan la desinencia –en de infinitivo y añaden las terminaciones de todos los tiempos verbales sin ningún cambio. También utilizan la desinencia –de para formar el pasado. Además, la vocal –u de la raíz se transforma en –uu en toda la conjugación excepto en el plural del presente de indicativo, el infinitivo y el participio presente:

DUREN (durar)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik duur

jij duurt

hij duurt

wij duren

jullie duren

zij duren

ik heb geduurd

jij hebt geduurd

hij heeft geduurd

wij hebben geduurd

jullie hebben geduurd

zij hebben geduurd

ik duurde

jij duurde

hij duurde

wij duurden

jullie duurden

zij duurden

ik had geduurd

jij had geduurd

hij had geduurd

wij hadden geduurd

jullie hadden geduurd

zij hadden geduurd

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal duren

jij zal duren

hij zal duren

wij zullen duren

jullie zullen duren

zij zullen duren

ik zal geduurd hebben

jij zal geduurd hebben

hij zal geduurd hebben

wij zullen geduurd hebben

jullie zullen geduurd hebben

zij zullen geduurd hebben

Presente Pasado

ik zou duren

jij zou duren

hij zou duren

wij zouden duren

jullie zouden duren

zij zouden duren

ik zou geduurd hebben

jij zou geduurd hebben

hij zou geduurd hebben

wij zouden geduurd hebben

jullie zouden geduurd hebben

zij zouden geduurd hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

duur

duren

durend

geduurd

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario