Modelo BELACHEN (reírse)

El modelo belachen (reírse) pertenece a los verbos débiles o regulares con prefijos inseparables. Estos verbos eliminan la desinencia –en de infinitivo y añaden las terminaciones de todos los tiempos verbales sin ningún cambio. También utilizan la desinencia –te para formar el pasado. Es una conjugación mixta porque el participio pasado se forma igual que el de los verbos fuertes:

BELACHEN (reírse)

INDICATIVO
Presente Perfecto Pretérito
Pluscuamperfecto

ik belach

jij belacht

hij belacht

wij belachen

jullie belachen

zij belachen

ik heb belachen

jij hebt belachen

hij heeft belachen

wij hebben belachen

jullie hebben belachen

zij hebben belachen

ik belachte

jij belachte

hij belachte

wij belachten

jullie belachten

zij belachten

ik had belachen

jij had belachen

hij had belachen

wij hadden belachen

jullie hadden belachen

zij hadden belachen

Futuro
Futuro perfecto CONDICIONAL

ik zal belachen

jij zal belachen

hij zal belachen

wij zullen belachen

jullie zullen belachen

zij zullen belachen

ik zal belachen hebben

jij zal belachen hebben

hij zal belachen hebben

wij zullen belachen hebben

jullie zullen belachen hebben

zij zullen belachen hebben

Presente Pasado

ik zou belachen

jij zou belachen

hij zou belachen

wij zouden belachen

jullie zouden belachen

zij zouden belachen

ik zou belachen hebben

jij zou belachen hebben

hij zou belachen hebben

wij zouden belachen hebben

jullie zouden belachen hebben

zij zouden belachen hebben

PARTICIPIO
IMPERATIVO INFINITIVO Presente Pasado

belach

belachen

belachend

belachen

Libros relacionados

WordPress Image Gallery Plugin


Deja un comentario